Interview Bart Somers: “Publieke ruimte is de grote gelijkmaker”

“Pleinen en straten zijn het podium waarop een stad zich beweegt.” Het zijn de lichtende woorden van Bart Somers, die zo op haast poëtische wijze illustreert waarom hij als burgemeester zoveel belang hecht aan de ontwikkeling van de openbare ruimte. Sinds het begin van zijn legislatuur in 2001 staat Mechelen symbool voor de kracht van stadsvernieuwing, een hele ommekeer in vergelijking met de vroegere situatie. Wij mochten op audiëntie bij de Mechelse burgervader en vroegen hoe hij het heeft klaargespeeld om zijn stad op amper vijftien jaar tijd om te toveren tot een populaire aantrekkingspool met een kwalitatief publiek domein. 

De familie-Somers is een bijzonder geslacht van volbloed-Maneblussers. Ze huist al zeventien generaties lang in de stad-aan-de-Dijle, met ene Andries Somers als vroegst gerapporteerde telg (anno 1520). Ook huidig burgemeester Bart Somers is geboren en getogen in Mechelen. In zijn jeugdjaren zag hij de stad gaandeweg veranderen, zij het vooral in negatieve zin.

Bart Somers: “Mechelen was aan het eind van de jaren 70 en het begin van de jaren 80 een stad in verval: de sluiting van de kazernes en de verhuis van hogeschool De Nayer naar Sint-Katelijne-Waver leidden ertoe dat heel wat jonge mensen Mechelen verlieten, met de verdwijning van horecazaken, commerciële leegstand en algemene verpaupering tot gevolg. De middenklasse ontvluchtte de stad, en wat overbleef was kansarmoede, vergrijzing en overlast. Dit alles ging bovendien gepaard met een falend beleid, dat een te ambitieuze aanbodpolitiek voerde. Er werden heel wat sociale woningen bijgebouwd, terwijl het ontbrak aan middelen om ze deftig te onderhouden. De stad kwam in een negatieve spiraal terecht, en als er dan al eens sprake was van een nieuw project, mislukte het ook. Denk bijvoorbeeld aan de Euroshopping, een perifeer gelegen winkelcentrum dat slechts twee jaar gefunctioneerd heeft, om vervolgens twintig jaar leeg te staan en te wachten op de sloop.

De Grote Markt Mechelen

Niet bepaald een fijne erfenis om op verder te bouwen toen u in 2001 burgemeester werd… 
Inderdaad. Als jongere beleefde ik dat anders, maar gaandeweg drong wel tot me door hoe ziek de stad toen eigenlijk was – een kwalijke tendens die doorwerkte tot in het begin van deze eeuw. Het algemene gevoel van minderwaardigheid werd bekrachtigd door de eerste Stadsmonitor van de Vlaamse overheid (2004), waarbij Mechelen op quasi alle vlakken de rode lantaarn bleek te zijn. De straatcriminaliteit was hier bijvoorbeeld het hoogst van alle Vlaamse steden. Dat was allicht ook de reden waarom ik het als relatief jong en onbekend gemeenteraadslid plots tot burgemeester kon schoppen: het was tijd voor een nieuwe wind. Allereerst hebben we de werking van onze stedelijke diensten grondig gesaneerd en geoptimaliseerd, waardoor er heel wat budget vrijkwam. De financiële ruimte die we zo gecreëerd hebben, hebben we gebruikt om te investeren in de openbare ruimte, een enorme hefboom voor stadsvernieuwing. Op die manier zijn we erin geslaagd om op relatief korte termijn enkele geslaagde projecten en slimme ingrepen uit te voeren, die de kwaliteit van ons publiek domein sterk ten goede zijn gekomen.

Kan u een voorbeeld geven van zo’n slimme ingreep?
Het uitbesteden van het parkeerbeleid in de binnenstad was een belangrijk stap. Eén partner bouwt en onderhoudt al onze boven- en ondergrondse parkings met de opbrengst van het parkeergeld. Op die manier hebben we nieuwe ondergrondse parkings kunnen realiseren op de Grote Markt en de Veemarkt, aan de Sint-Romboutskathedraal, in de Hoogstraat … Binnenkort komt er aan de Speecqvest en de Dossinkazerne nog ondergrondse parkeergelegenheid bij. Op die manier trachten we de auto zo veel mogelijk te weren uit het straatbeeld en in ruil nieuwe pleinen en parkjes te creëren (de Rik Wouterstuin, de Sinte-Mettetuin …), in de hoop dat jonge gezinnen massaal voor onze stad kiezen.

Binnendijle Lamot-project Mechelen

Wat eveneens opvalt, is dat het water opnieuw prominent aanwezig is in Mechelen… 
Water is een sterke verbindende factor. We wilden de Binnendijle opnieuw deel laten uitmaken van de stad, een evolutie die is ingezet met het Lamot-project. Via een PPS avant la lettre hebben we de oude brouwerijsite omgetoverd tot een geheel met een congres- en kunstcentrum, een ondergrondse parking, een hotel, woongelegenheden, winkels op het gelijkvloerse niveau … Dat was de start van heuse revival. Sinds de aanleg van het Dijlepad staat het water opnieuw centraal in de beleving van de Mechelaar. Daarnaast trachten we waar mogelijk de vlieten – zijarmpjes van de Dijle die in het verleden gedempt zijn – opnieuw open te leggen.

Op welke realisatie bent u het meest fier?
De Grote Markt ligt me na aan het hart. Dat dossier sleepte bij mijn aantreden al vijftien jaar aan. Velen vragen zich luidop af of dat plein geen fontein of een standbeeld behoeft. Integendeel: doordat we het quasi volledig vrijgemaakt hebben, gaat alle aandacht uit naar de waardevolle historische gevels, het stadhuis, de toren van de Sint-Romboutskathedraal, het postgebouw … Het enige visuele ‘obstakel’ is de glazen stolp van de ondergrondse parking, die symbool staat voor de moderniteit. De Grote Markt toont aan waar Mechelen voor staat: een stad van de 21e eeuw die enorm veel respect heeft voor haar waardevolle verleden.

Pleinen en parkjes in Mechelen

Een spectaculaire omwenteling in vergelijking met twintig jaar geleden, het moet gezegd…
Zeker weten. Toen ik destijds als scholier naar huis fietste door het Groot Begijnhof, had ik het gevoel dat ik door oorlogsgebied reed. Die wijk was toen sterk verloederd, terwijl er nu quasi enkel rijke middenklassegezinnen wonen. De Vismarkt floreert opnieuw sinds het Lamot-project, maar was nog niet zo lang geleden dood en begraven. Fijne evoluties, al is er nog veel werk aan de winkel. De komende jaren zetten we sterk in op de vernieuwing van de stationsomgeving, die destijds op een volledig foute manier is aangelegd. Daarnaast trachten we rond het hart van de stad aan verdichting te doen via enkele ambitieuze stadsvernieuwingsprojecten. Zo zal het gebied rond het Keerdok worden omgetoverd tot een nieuwe wijk met achthonderd woningen, inclusief de reconversie van de Ouwen Dok naar een hotel met congresfunctie.

Met kwalitatieve openbare ruimte als rode draad, nemen we aan?
Vast en zeker: in onze ogen is publieke ruimte dé grote gelijkmaker. Een stad is een heterogeen gegeven: jong en oud, rijk en arm, autochtoon en allochtoon leven er samen, met het openbare domein als gemene deler. Daar wordt de stad echt stad en laat ze zien hoe ze tegenover haar inwoners staat. Als je de publieke ruimte kwalitatief beheert, geef je een signaal van respect dat buurten en wijken op verschillende vlakken naar een hoger niveau kan tillen. Het openbaar domein getuigt van de ambitie en het zelfbeeld van een stad, die op haar beurt de oplossing kan zijn voor heel wat maatschappelijke problemen. Het belang ervan is dus niet te onderschatten. Een grote uitdaging die ons nog rest, is de nabijgelegen groene gebieden zoals De Nekker ontsluiten en gevoelsmatig dichter bij de stad brengen. Maar als we ons beleid kunnen doortrekken, ben ik ervan overtuigd dat het hier binnen vijftien à twintig jaar nog een stuk groener zal zijn, dat de auto veel minder dominant zal zijn, dat gezinnen er makkelijker zullen kunnen functioneren … Mechelen zal zich profileren als een echte kwaliteitsstad, nog meer dan nu al het geval is!

Tekst: Tim Janssens    |    Beeld: Stad Mechelen