Ook betonnen fietspaden kunnen voldoen aan de eisen van vlakheid

Vlakheid van een fietspad en rijcomfort hangen nauw samen. Vaak wordt geopperd dat deze vlakheid enkel met asfalt bereikt kan worden, maar is dit zo? Om een beter inzicht te krijgen in de oorzaken van de onvlakheden heeft FEBELCEM, in samenwerking met het Opzoekingscentrum voor de Wegenbouw (OCW) en AB-Roads, een project opgestart om te achterhalen welke parameters aan de basis liggen van de opgemeten onvlakheden. Een aantal werven werd opgevolgd waarbij een meer nauwkeurige interpretatie van de resultaten van de vlakheidsmetingen met de fietspadprofilometer doorgevoerd is. Hieruit blijkt dat de eisen inderdaad kunnen gehaald worden voor betonnen fietspaden, op voorwaarde dat extra aandacht aan details wordt besteed en dat het ontwerp goed opgesteld is. 

Bij de keuze van het type verharding is het echter niet alleen de vlakheid die bepalend is, andere parameters dienen ook hun plaats te krijgen. Zo worden betonnen fietspaden gekenmerkt door een zeer beperkt onderhoud, een goede bestandheid tegen overrijdend verkeer, een lange levensduur, een goede kleurvastheid en de mogelijkheid tot variatie in vorm, wat bijvoorbeeld leidt tot een goede en speelse integratie in parken of pleinen.

AB-Roads

Analyse van de resultaten
De gedetailleerde analyse van de resultaten over verschillende werven heeft een aantal belangrijke aspecten naar voor gebracht. Een eerste is het verschil tussen machinaal werk en handmatig werk. In de grafiek is het resultaat weergegeven voor een vrijliggend betonnen fietspad, startend op een breedte van 1,75 meter in zone 1, machinaal uitgevoerd en eindigend op een breedte van 1,50 meter in zone 2, omwille van plaatsgebrek handmatig uitgevoerd. Ook de bushalte, gelegen in zone 1, is handmatig aangelegd. Dit is duidelijk zichtbaar in de resultaten: machinaal worden de eisen van het SB 250, versie 3.1 gehaald. Handmatig blijft de vlakheidscoëfficiënt steeds iets hoger dan de gestelde eis. Inbrengen van bruuske asverschuivingen leidt tot hogere pieken, zoals ter hoogte van de bushalte. 

Maar er is meer dan de manier van uitvoering. Hogere pieken vinden vaak hun oorsprong in een welbepaalde onregelmatigheid in het fietspad, zij het nu door het ontwerp, door de uitvoering of door externe omstandigheden.

Ontwerpparameters
Alle van het rechte pad afwijkende details kunnen aan de oorsprong liggen van een grotere onvlakheid en dienen bijgevolg zoveel als mogelijk vermeden te worden: asverschuivingen op korte afstand, aansluitingen aan bestaande verhardingen, plotse hellingsveranderingen, aanwezigheid van putdeksels in het fietspad… 

Uitvoeringsparameters
Machinaal werken is hier de boodschap. Een duidelijke afspraak tussen ontwerper en uitvoerder betreffende de uitvoeringsmethode is belangrijk. Continuïteit is ook van belang. Wachtpauzes leiden vaak tot een piek in de vlakheidsmetingen. Zo ook met niet gevulde uitzetvoegen die, in tegenstelling tot krimpvoegen, wel dienen gevuld te worden. 

Externe factoren
Herstellingen, bijvoorbeeld ten gevolge van het vroegtijdig betreden van het fietspad, van het verleggen of aanbrengen van extra inspectieputjes… leiden tot hoge pieken in de meetresultaten.

AB-Roads
Fietspadprofilometer van het OCW ter bepaling van de vlakheidscoëfficiënt op fietspaden. (Copyright OCW)

Controle
Tenslotte is er de manier van controleren. De zone dient duidelijk afgebakend te zijn, aansluitingen aan bestaande fietspaden geven mogelijks grotere onvlakheden. Maar ook de properheid van het fietspad is heel belangrijk: bladeren, steentjes, modder… beïnvloeden de meetresultaten. Reiniging voorafgaandelijk aan opmeten is een must. 

En wat als het misloopt…
Eerste ervaringen tonen aan dat het mogelijk is aan de hand van een visuele inspectie de grootste onvlakheden vast te leggen. Door grinding, met behulp van diamantschijven, kunnen de bulten lokaal weggewerkt worden. Dit is zeer bevorderlijk voor de vlakheid. Indien ook de putten weggewerkt worden, zal een egaler uitzicht bekomen worden. 

Besluit
Het is mogelijk om een betonnen fietspad aan te leggen dat voldoet aan de vlakheidseisen gesteld in het SB 250. Een goed ontwerp, zonder putten in het fietspad, zonder te scherpe hoekverdraaiingen en met voldoende ruimte voor de glijbekistingsmachine, samen met een machinale continue uitvoering, zal leiden tot een duurzaam en comfortabel fietspad.   

Tekst | dr.ir. Anne Beeldens, raadgevend ingenieur bij AB-Roads  Beeld | AB-Roads, OCW
Uitgelichte afbeelding: 
Perfecte inwerking van de put geeft toch aanleiding tot een piek in de vlakheidsmeting omwille van de vorm van het putdeksel.