Platform over infrastructuur, ruimtelijke inrichting, civiele- en openbare werken
Certificering met een focus op duurzaamheid
Het EoW-statuut is een krachtig argument voor het succes van de duurzame transitie in de bouwsector, omdat afval nu een product kan worden.

Certificering met een focus op duurzaamheid

In 2008 benadrukte de Europese Unie het belang van adequaat afvalbeheer, evenals technieken voor terugwinning en recycling, om de druk op grondstoffen te verminderen en het gebruik ervan te verbeteren. Zowel in Wallonië als Vlaanderen bracht het End of Waste-statuut (EoW) heel wat in beweging op het vlak van secundaire granulaten. “Het doel is hetzelfde, maar de invulling in Vlaanderen en Wallonië is anders”, vertelt Robin Stockman, inspecteur en auditeur bij COPRO. 

Het COPRO-certificaat omvat alles wat met het milieu te maken heeft.

We spreken van EoW wanneer afvalstoffen die gerecycleerd werden of een andere nuttige toepassing hebben gekregen, onder bepaalde voorwaarden niet langer als afvalstoffen beschouwd worden. Het EoW-statuut is een krachtig argument voor het succes van de duurzame transitie in de bouwsector, omdat afval nu, onder bepaalde voorwaarden, een grondstof kan worden die duurzame praktijken en hergebruik stimuleert. Dit nieuwe leven veronderstelt 4 elementen: gebruik voor specifieke doeleinden, het bestaan van een markt of vraag, voldoen aan technische vereisten en de afwezigheid van schadelijke globale effecten.

In overeenstemming met de EU-richtlijnen keurde de Waalse regering in 2021 een besluit goed – Sortie du Statut de Déchet (SSD) – dat de procedure implementeert voor het verwijderen van afval van stortplaatsen, inclusief inert afval dat wordt gerecupereerd als gerecycleerde granulaten. Aangezien deze laatste bestemd zijn voor hergebruik als bouwproducten, moeten ze voldoen aan een aantal specifieke criteria. Het besluit voorziet in de certificering van een milieukwaliteitssysteem. Om de certificatieprocedure op te zetten, stelde de Waalse regering een werkgroep samen met de onafhankelijke inspectie- en certificatie-instellingen voor bouwproducten COPRO en BE-CERT.

We spreken van End of Waste wanneer afvalstoffen die gerecycleerd werden of een andere nuttige toepassing hebben gekregen, onder bepaalde voorwaarden niet langer als afvalstoffen beschouwd worden.

COPRO, BENOR en CE 2+

Robin Stockman: “De benadering is hetzelfde als in Vlaanderen: van afval opnieuw een grondstofmaken. Maar de aanpak is wel anders. De Vlaamse overheid gaf de verantwoordelijkheid aan de certificatie-instellingen, zowel bouwtechnisch als op het vlak van milieu. COPRO-certificatie focust zich op het milieu en wat het bouwtechnische betreft is BENOR-certificatie noodzakelijk. Daarnaast is er ook nog het verplichte CE-certificaat, dat aangeeft dat het granulaat voldoet aan de daarvoor geldende regels binnen de Europese Economische Ruimte. In Wallonië is de situatie anders. Om het milieukwaliteitssysteem te certificeren wendde ook de Waalse regering zich tot instanties zoals COPRO en BE-CERT, maar de verantwoordelijkheid voor het bouwtechnische aspect, conform de CE2+ markering, blijft bij de producent.”

In Vlaanderen omvat het COPRO-certificaat alles wat met het milieu te maken heeft. Zo wordt gekeken naar de eventuele aanwezigheid van asbest, zware metalen of minerale oliën, de teerhoudendheid van asfalt, de fysische verontreiniging … De vereisten hieromtrent staan uitgeschreven in het VLAREMA, dat wordt beheerd door de OVAM. Het Benor certificaat op zijn beurt zorgt voor onder andere een afstemming op de bouwtechnische vereisten die staan beschreven in het standaard bestek 250 van de wegenbouw. Dit preciseert aan wat een granulaat moet voldoen om te kunnen dienen als bijvoorbeeld onderfundering of steenslagfundering. COPRO toetst het granulaat aan deze vereisten en reikt vervolgens een BENOR-certificaat uit. Een verantwoordelijkheid die in Wallonië nog steeds bij de producent ligt.

In 2008 benadrukte de Europese Unie het belang van adequaat afvalbeheer, evenals technieken voor terugwinning en recycling, om de druk op grondstoffen te verminderen en het gebruik ervan te verbeteren.

Tracimat

En dat zorgt voor een wezenlijk verschil tussen beide taalgebieden. “Producenten die zich op de taalgrens bevinden of in heel België actief zijn, moeten sinds het besluit in Wallonië voldoen aan een dubbele wetgeving. En dat zorgt uiteraard voor extra kosten, zeker nu er ook in het Brussels Gewest een nieuwe wetgeving op til is. In Vlaanderen is er ook nog het Tracimat-verhaal. Voor werken waar de opmaak van een sloopopvolgingsplan verplicht is, wordt via sloopbeheerorganisatie Tracimat ook een conformverklaring en de tracering van het sloopafval verplicht. Initieel is het de bedoeling om alles als laagmilieurisico (LMRP) te catalogeren door in vroeg stadium een inventaris te laten opstellen en een scheiding van stromen te maken. Het dient werkbaar te blijven voor de sector en er wordt gedacht aan een ‘werkbaar kader’ voor iedereen”, besluit Robin Stockman.    

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details