Platform over infrastructuur, ruimtelijke inrichting, civiele- en openbare werken
Staptips, looplijnen en kindnorm: Wegen en Verkeer update richtlijnen rond veilig oversteken

Staptips, looplijnen en kindnorm: Wegen en Verkeer update richtlijnen rond veilig oversteken

Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) publiceert nieuwe richtlijnen rond waar welke oversteekplaatsen nodig zijn. Verkeersveiligheid is de belangrijkste voorwaarde, maar ook het comfort van voetgangers en het inrichten op maat van kinderen wordt belangrijker. Nieuw is dat er geen klassieke zebrapaden meer worden aangelegd op wegen met een snelheid van 70 km/u of hoger.

Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) werkt aan veilige oversteekplaatsen in heel Vlaanderen. De afgelopen legislatuur werden 275 oversteekplaatsen uitgerust met extra verlichting. Heel wat van de meer dan 800 quick wins verkeersveiligheid maakten oversteekplaatsen veiliger door bijvoorbeeld middeneilanden te voorzien. 

Waar welke type oversteekplaats nodig is, hangt af van de locatie. Klassieke zebrapaden zijn niet overal de beste optie. In een praktische gids met ontwerprichtlijnen komen nu alle manieren van veilig oversteken in beeld. De richtlijnen houden rekening met de oversteekbehoefte en de oversteekbaarheid, anders gezegd: waar precies willen mensen oversteken en wat zijn de voorwaarden om dat veilig te doen?

Veilig oversteken is maatwerk

“Zebrapaden inrichten zonder rekening te houden met de omgeving waar het zebrapad komt, biedt geen oplossing. Als de omstandigheden niet veilig zijn, kan een zebrapad een vals gevoel van veiligheid geven aan voetgangers. Afwegen waar en welk type oversteekplaats nodig is om de veiligheid van voetgangers te garanderen, is dus een complexe, maar zeer belangrijke opdracht die we samen met lokale besturen aanvatten,” zegt de Vlaamse minister van Openbare Werken en Mobiliteit. “Deze nieuwe richtlijnen geven nu concrete handvatten om de juiste beslissingen te nemen.” 

De richtlijnen kwamen er na een intensief traject met verschillende organisaties en belangenverenigingen zoals de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG), vzw Blindenzorg Licht en Liefde en de Ouders van Verongelukte Kinderen-SAVE. 

“Als we willen dat elk kind veilig kan oversteken, dan zijn veilige oversteekplaatsen van levensbelang,” zegt Roel De Cleen, verkeerskundige bij Ouders van Verongelukte Kinderen-SAVE. “We zijn ervan overtuigd dat deze nieuwe richtlijnen een extra duw geven aan de Vlaamse overheid en aan de lokale overheden om meer dan ooit in te zetten op de veiligheid van alle kwetsbare weggebruikers.” 

Zichtbaarheid, snelheid, aantal rijstroken en wegcategorie als harde veiligheidsvoorwaarden

De richtlijnen beschrijven verschillende oversteekvoorzieningen – van middeneilanden, tot rijbaanversmallingen, doorlopende trottoirs, (gevleugelde) zebrapaden, lichtengeregelde oversteekplaatsen en onderdoorgangen. 

Per type oversteekvoorziening is er een maximum toegelaten snelheid van het autoverkeer en voorwaarden rond het aantal rijstroken, het type weg en de zichtbaarheid (hoe goed kan de voetganger de naderende auto’s zien en vice versa). Zo worden geen zebrapaden meer aangelegd op wegen met meer dan één rijstrook per rijrichting of op wegen met een snelheidslimiet van 70 km/u of hoger.

Ontwerpen vanuit de blik van de voetganger

Naast deze harde veiligheidsvoorwaarden, kijkt AWV ook naar hoe mensen willen oversteken. Meer dan vroeger wordt gedacht vanuit het perspectief van de voetgangers; wat hebben zij nodig om niet alleen veilig, maar ook comfortabel de rijbaan over te steken? 

“Een mooi voorbeeld is het principe van de ‘logische looplijn’: waar hebben voetgangers ook effectief nood om over te steken? Voetgangers maken liefst geen omweg, de bekende ‘olifantenpaadjes’ zijn daar een goed voorbeeld van. Door oversteken in te richten op de looplijnen worden overstekende voetgangers ook beter voorspelbaar voor bestuurders, wat de veiligheid verhoogt,” vertelt Kathy Vandenmeersschaut, administrateur-generaal van AWV. Ook het nieuwe principe van ‘staptips’ vertrekt vanuit het gedrag van de voetgangers. Door boordstenen te verlagen worden ze aangespoord (‘nudging’) – niet verplicht – om bepaalde oversteken te gebruiken. 

Andere ‘zachte’ criteria om mee in rekening te brengen bij de keuze van oversteekplaats zijn nabije attractiepolen zoals scholen en bushaltes, de intensiteit van het verkeer en de noden van doelgroepen zoals kinderen of slechtzienden. Ook bepalen de richtlijnen de maximum wachttijden; in de bebouwde kom wachten voetgangers best niet langer dan 10 seconden om te kunnen oversteken.

Kindnorm als rode draad

Ook staat het gedrag van kinderen nu centraal in de ontwerprichtlijnen. Het afwegingskader houdt rekening met hun mogelijkheden en beperkingen en wil daarmee voldoen aan de ‘kindnorm’. “Een oversteekplaats moet leesbaar zijn voor onze kinderen, zodat ze deze (geleidelijk aan) zelfstandig kunnen gebruiken. 

Een verkeersinfrastructuur die helder is voor kinderen en jongeren is positief voor de verkeersveiligheid van alle weggebruikers. “Kan mijn kind hier zelfstandig en veilig oversteken?”, is dan ook de belangrijkste vraag bij het ontwerpen en evalueren van een oversteekvoorziening,” verduidelijkt de minister. 

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details